16 april 2010

The first days

Stroom en internet tegelijk, woehoe, it’s working! Even een samenvatting van mijn bevindingen totdusver voor ’t thuisfront.┬áHet is pas de 5e dag hier, maar het voelt alsof ik er al een maand ben. Lets start from the beginning:

Na een prima vlucht met KLM – samen met Jorien, mijn reisgenoot de eerste 2 weken – ontvangen door Vincent, onze gids van de organisatie de eerste week. In een busje naar het hostel gereden, waar ik een kamer deel met een slecht Engels sprekende Fransman, wel een vriendelijke vent. Naast Jorien en mij zijn er deze week ook twee Zweedse 50+ dames in ’t gezelschap, Hannelle en Ulla, die hier in een weeshuis en een ziekenhuis gaan werken. De eerste dagen nog flink bij de hand genomen door de organisatie als een stel toeristen (wat toch wel zo fijn is). Maandag begonnen met een bezoek aan het kantoor van de organistaie (SYTO) om daar wat voorlichting en tips te krijgen van onze goedlachse ‘big black momma’ Tina. Na anderhalf uur te hebben gebabbeld over veiligheid en gezondheid e.d. een stop bij de bank gemaakt om traveller cheques om te wisselen, om vervolgens de hele middag aan het strand te relaxen. Daar de eerste Ghanese maaltijd gegeten en wat gevoetbald met een stel behendige jongens. Op de terugweg naar het hotel nog een kleine stop gemaakt in een arm deel van de stad om een doodskistenmaker te bezoeken. Hier in Ghana is een begravenis de mooiste dag van je leven, geen gerouw om de dood, maar een feest voor het mooie leven dat je hebt gehad, en daar hoort een bijzondere kist bij. Vliegtuigen, dieren, bananen, pakjes sigaretten, flesjes bier, de doodskistenmakers zijn van alle markten thuis. ’s Avonds bij het hostel een Ghanese jongen ontmoet, Collins, met een zeer vreemd, twijfelachtig, maar interessant verhaal. Het eerste wat hij vroeg was m’n huisadres en e-mail, dus ik dacht gelijk dat hij uit was op geld, maargoed, ik had wel zin in wat smalltalk met een local dus verzon een leuk adres. Zowaar hebben we de hele avond gezellig gepraat over Ghana en heeft hij me een aardig woordje Twi bijgeleerd.

428_640x480

Dinsdag begonnen met een taallesje, omdat we die middag o.a. naar de markt zouden gaan en wij als “obruni’s” (white people) middelpunt van de belangstelling zijn. Gewapend met een basis Twi (de lokale taal die het meest word gesproken in Ghana) begonnen aan de city tour. De markt – eigenlijk is het overal markt in Accra, in ieder straatje kun je wel twintig keer gebakken banaan of simkaarten kopen – begon op de ‘voedselafdeling’, heerlijke vis en plaatselijke snacks in grote hoeveelheden verkrijgbaar (lees: bakken en bakken vol verrookte en verrote vis overal waar je kijkt, op de planken, in de lucht, op de grond, onder je voeten, delicious..). Vervolgens de afdeling sieraden, tassen, e.d. Complete chaos, als er al structuur in de kraampjes zat, heb ik hem niet kunnen ontdekken. Elke vierkante meter was volgepropt met ‘goederen’, van armbandjes tot wieldoppen tot gebruikte flessen, een soort Koninginemarkt voor gevorderde. Toch wel leuk om doorheen te lopen, omdat iedereen het blijkbaar fantastisch vind dat er een blanke langskomt, waardoor er continue mensen een highfive of boks komen geven met een lachend ‘obruniii!!’ erbij. Verder nog enkele toeristische spots gecheckt en jembe gespeeld met een stel stonede rasta gasten.

Woensdag weer wat voorlichting gehad, dit keer over ‘hoe om te gaan met je host family’, gebruiken en gewoontes en de must-have-seen-spots. ’s Middags wat jembe les gehad van Steven, een Ghanese vent die de helft van het jaar in Fryslan woont en dus hier en daar een woordje Nederland kon. Resultaat; veel gezweet, veel gelachen en pijnlijke handen. ’s Avonds de eerste rit in een taxi gehad. Ook het verkeer hier is chaotisch, op de doorgaande wegen zijn nog wel enkele witte strepen te vinden, maar op de kleinere wegen is het vooral heel hard toeteren, blinddoek om en gaan. “Seatbelts!? God will care for us!” Okee, dat scheelt… Vervolgens wel lekker gegeten aan de kust, maar ook verlichting kennen ze niet overal dus ik heb niet gezien wat ik at, iets met kip. Terug bij het hostel weer wat gebabbeld met Collins, die zegt dat hij in Noorwegen woont en voor 3 maanden hier komt studeren, maar aangezien hij het dorpje waar hij in Noorwegen woont niet wist te noemen en geen woord Noorweegs spreekt denk ik dat hij vooral op Jorien uit is, tevens omdat hij constant een boekje met tips over een goed huwelijk bij zich draagt en blijft zeggen dat hij ooit met een ‘white lady’ wil trouwen, maargoed, I don’t care, ik heb veel van hem geleerd en hij vroeg geen geld.

Donderdag enkele Ghanese maaltijden bereid. Geen stoommaaltijden hier, maar echt werken voor je eten. Op een kolenpotje dat permanent aangewapperd moet worden uiteindelijk jollof, boiled yam, red red en fried chicken gemaakt. Serieus erg lekker!

Vandaag, vrijdag, zijn de Zweedse vrouwen naar hun village vertrokken en zullen Jorien en ik naar een host family in Accra gaan om daar nog een week te spenderen. Afgelopen week was relaxt om mee te beginnen, maar het echte Ghanese leven moet nog beginnen. Aankomende week zal dat iets meer worden, maar ’t zal pas echt starten in mijn ieniemienie dorpje waar ik ga lesgeven.

So far so good. Ik hou jullie op de hoogte.

Me ne mo bekasa akyue
(talk to you later)
xx